‘Op mijn 29ste ben ik begonnen als burgemeester op Schiermonnikoog. Het was 1976: alles was analoog en we hadden één boekhoudmachine zo groot als de bank waar we nu opzitten. Alles wat nu in een fractie van je iPhone past, paste toen net in dat apparaat.’

‘Bij mijn tweede gemeente, Voorburg, had ik zo rond 1990 als eerste burgemeester een computer op mijn bureau staan. Ik herinner me nog dat de burgemeesters bij mij op bezoek kwamen en zeiden: “Wat doe jij? Dat is toch iets voor ambtenaren, niet voor ons, burgemeesters?” Ik vond het juist heel interessant. Ik kon dingen zien, opzoeken en over dingen meepraten. Sinds die tijd heb ik dus een beetje een gevoel bij de digitale wereld en hoe dat ons veranderd heeft.’

‘De impact van de digitale wereld op mijn werk zag ik ook op een andere manier: in 2011 was ik burgemeester in Alphen aan den Rijn ten tijde van het schietdrama. Het was de eerste keer dat sociale media een rol speelden. Dat alles live was, zal ik maar zeggen. Elf jaar eerder was de vuurwerkramp in Enschede. Toen zag je de burgemeester Mans ’s avonds om 20 uur voor het eerst in het journaal. Er was geen extra journaal. Niks. Bij het schietdrama was de wereld al veranderd. De eerste persconferentie, een uur of twee na het drama, werd al live uitgezonden. Op sociale media ging de naam van de schutter al rond, Tristan van der Vlis, maar met de foto van een naamgenoot erbij. Ook ging online het verhaal rond dat er een tweede dader onderweg zou zijn naar de stad. Dat moest allemaal hersteld worden, maar de Officier van Justitie had geen idee hoe daarmee om te gaan. Die impact van digitalisering: wat betekent dat voor je organisatie? Hoe werk je met elkaar? Daar houd ik me al heel lang mee bezig.’

‘In 2014 werd ik gevraagd om Nationaal Commissaris Digitale Overheid te worden. Mijn taak: zorgen dat de drie overheidslagen (het Rijk, de gemeenten en de provincies, en eigenlijk ook nog de waterschappen erbij) gemeenschappelijke afspraken maken over digitalisering. Dat ging om vragen als: hoe ga je met data om? Hoe wissel je data uit met elkaar? Hoe zorg je dat er slagen worden gemaakt in de communicatie van de overheid naar de burger? Maar ook: hoe afhankelijk zijn wij van Amerikanen? Dat was toen al een punt.’

‘Ik herinner me dat ik een lezing hield over die afhankelijkheid voor gemeenten, met tweeduizend mensen in de zaal. Je had toen een serie, Black Mirror, daar zag je het allemaal al. Hoe mensen gemanipuleerd werden door de surveillancemaatschappij. Moet je kijken wat er nu gebeurt… Wat gaan we doen? We zouden als overheid ons eigen platform kunnen bouwen. Dat heb ik geprobeerd om als Nationaal Commissaris te bevorderen. Het probleem is: als commissaris heb je euro’s nodig en de wettelijke bevoegdheid om afspraken te maken, bijvoorbeeld over standaardisering en autonomie. En dat had ik allebei niet. Twee, drie jaar geleden hebben Arre Zuurmond en ik daarom in een gezamenlijk artikel gepleit voor een Minister Digitale Zaken, met bevoegdheden en met geld. Want eerlijk gezegd, het enige wat in Den Haag telt zijn euro’s.’

‘Je ziet dat er nu weer een staatssecretaris komt, die geen geld en geen bevoegdheden heeft. Ik moet wel zeggen dat Zsolt Szabó, toen die staatssecretaris was, met zijn vrij urgente strategie een goede basis heeft gelegd. Maar ja, als je de bewindspersoon geen mogelijkheid geeft om in te grijpen en dingen af te dwingen, dan gaat het niet gebeuren.’

‘Het mooie van het experiment waar we nu mee bezig zijn, de Pilot Informatie Autonomie, vind ik dat we twee dingen met elkaar proberen te verbinden. Eén: de groeiende afhankelijkheid van de grote techbedrijven verminderen. En twee, minstens zo belangrijk in mijn ogen: de vindbaarheid van data vergroten.’

‘Vindbaarheid kan levens redden. Het is een urgent probleem. Ik heb het onderzoek geleid naar de moord op de verpleegkundige van het TweeSteden Ziekenhuis in Waalwijk. Onze conclusie was: de gegevens waren er, maar ze waren niet zomaar te vinden. Je moest heel lang zoeken om erachter te komen dat die verpleegster al eens een keer aangifte had gedaan bij de politie in Amersfoort. En toen nog eens aangifte deed, bij politiebureau Zevenbergen, en liet weten dat haar ex een wapen had en haar bedreigde. Het heeft heel veel moeite gekost om die dingen aan elkaar te koppelen en te zien: verdomd, die vrouw is in grote problemen. Daar moeten we iets mee.’

‘Uiteindelijk kwam de leidinggevende politieman daar op een maandagochtend achter. Die maandagmiddag werd ze vermoord. Dat heeft mij toen enorm getriggerd. Dat we onze informatiesystemen kennelijk zó hebben ingericht dat we niet in staat zijn om dingen op een behoorlijke manier terug te vinden.’

‘Vroeger, in de analoge wereld, stopten we dingen in mapjes en die mapjes stopten we in een kast. Dat proces hebben we letterlijk gedigitaliseerd, zoals we ooit de eerste auto’s baseerden op een paard en wagen. Die auto’s zagen er dus uit als een koets. En het heeft nog heel lang geduurd voordat de auto er echt uit ging zien als een auto. In die fase zitten we nu. Onze gedigitaliseerde wereld is nog een kopie van onze echte. Ik hoop dat deze Pilot Informatie Autonomie oplevert dat we op een heel andere manier met data en gegevens omgaan.’

Dit interview verscheen eerder op Publiek Denken: ‘Overheid moet van digitaliseren naar informatiseren’.

← Terug naar Bevindingen