Hij stak zijn nek uit namens de 25 Veiligheidsregio’s van Nederland door zich met Veiligheidsregio Kennemerland als één van de eersten aan te sluiten bij de Pilot Informatie Autonomie. Omdat hij gelooft dat het werk van Veiligheidsregio’s goedkoper, veiliger, sneller, betrouwbaarder en duurzamer kan, als we computers slimmer gaan gebruiken. ‘We zijn de afgelopen decennia met z’n allen een ICT-fuik ingezogen waardoor ons werk met computers inmiddels eerder moeilijker dan makkelijker is. Ik geloof dat de Pilot Informatie Autonomie ons de weg uit de fuik wijst.’
Harm Balk is brandweercommandant en directeur van de Veiligheidsregio Kennemerland. Zijn Veiligheidsregio werkt in opdracht van negen gemeenten, waaronder Haarlem, Beverwijk, Zandvoort en Haarlemmermeer. Ze is verantwoordelijk voor de brandweerzorg, de crisisbeheersing, de geneeskundige hulpverlening, de bevolkingszorg en de rampenbestrijding in het gebied. De regio Kennemerland is dichtbevolkt: er wonen ongeveer een half miljoen mensen. Met Schiphol, het Noordzeekanaal, de zeesluizen bij IJmuiden en Tata Steel is het een van de meest risicovolle Veiligheidsregio’s in Nederland. Er werken zo’n 1400 mensen.
Wat doet een directeur van een Veiligheidsregio?
‘Ik probeer mijn organisatie zo goed mogelijk te leiden terwijl ik volg wat er in de wereld gebeurt op het gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid, van ICT, van geopolitieke dreiging en van politiek. In die voortdurend veranderende werkelijkheid probeer ik ervoor te zorgen dat we zo goed mogelijk kunnen doen waartoe we op aarde zijn.’
Waarom besloot je partner te worden van de Pilot Informatie Autonomie?
‘Ik zie de druk op mijn ICT-infrastructuur alleen maar toenemen omdat alles steeds sneller en veiliger moet. Door de Pilot Informatie Autonomie ben ik ervan overtuigd geraakt dat we computers veel slimmer kunnen gebruiken dan we nu doen.’
Wat zou dat kunnen opleveren?
‘Mijn grootste hoofdpijndossier op het werk is geld, want gemeentes zitten financieel in zwaar weer. Dus als het mij lukt om sneller, beter en duurzamer te werken voor minder geld, dan heb ik een paar slapeloze nachten minder. Zeker als die werkwijze dan ook nog eens superveilig is, zodat ik niet elk jaar meer en meer en meer drempels moet opwerpen en hoepels moet neerzetten om ISO-gecertificeerd te worden. Dan hebben we het over majeure dingen die ons werk beter en makkelijker maken.’
Maar hoe gebruik je computers slimmer?
‘Op dit moment gaan we ongelooflijk onhandig om met al onze data. We moeten onze data niet wegstoppen in ingewikkelde systemen. We moeten ze slim opslaan en voorzien van een duidelijk label. Pas als je goed ordent, kun je data echt als informatie gebruiken. Dat is me wel pijnlijk duidelijk geworden.’
Is dat eigenlijk niet super logisch?
‘Ja, alleen is het nog niet zo eenvoudig om datgene wat je nu al best wat jaren op een bepaalde manier hebt gedaan te veranderen. Mensen zijn gewoontedieren. Andere handelingen voelen een eerste periode inefficiënt. Pas na een tijdje ga je die tijd in veelvoud terugverdienen. Dus voor je mensen zover krijgt, moet je wel met hele goede argumenten komen en met hele goede voorbeelden.’
Argumenten en voorbeelden die je bij de pilot hoopt te vinden?
‘Precies. De tweede fase van de pilot levert steeds meer praktijkvoorbeelden op. Ook worden steeds meer partijen en organisaties enthousiast en sluiten zich aan. Argwaan en zorgen voeren steeds minder de boventoon.’
Is dat genoeg?
‘We hebben op enig moment ook afdelingen of organisaties nodig die daadwerkelijk anders gaan werken en waar we dan met z’n allen stiekem jaloers op worden. Wie durft het aan om ons een wenkend perspectief te bieden? Ik denk aan een wat kleinere afdeling waar heel veel innovatiekracht zit en innovatieruimte geboden wordt. Dat kan ook een overheidsafdeling zijn.’
Een afdeling bij Veiligheidsregio Kennemerland?
‘In mijn organisatie gaat dat niet zo makkelijk. Dat moet ik eerlijk toegeven. Wij hebben te maken met vertrouwelijke informatie, bijvoorbeeld vanuit de jeugdgezondheidszorg. Om die te beschermen werken we met strakke normen. Dan is het nog niet zo makkelijk om te gaan pionieren. Bovendien is er een ander lastig dilemma. Ik ben superenthousiast over de pilot en geloof er ontzettend in, maar ik heb ook veel respect voor het werk dat mijn ICT-mensen doen in ons huidige ICT-paradigma. Ik wil alles wat zij de afgelopen jaren hebben opgebouwd niet rigoureus omverwerpen.’
Niet rigoureus, maar hoe dan wel?
‘Ik wil het parallel doen. We laten het oude nog niet los, maar gaan het nieuwe wel verkennen in de pilot. In de pilot leren we misschien dingen die we naadloos kunnen invoegen, of die onze oude trajecten geleidelijk ombuigen.’
Jullie zijn nu nog niet aan de slag met een oplossing vanuit de pilot?
‘Nee, maar dat komt ook doordat ik nog niet met hele concrete vraagstukken naar de pilot ben gegaan. Ik zie dat andere organisaties dat wel doen en dat die vervolgens met fantastische oplossingen naar huis gaan. Van dat soort praktijkvoorbeelden word ik zo enthousiast dat ik blij ben dat ik pilotpartner ben. Binnenkort spreekt pilot-initiatiefnemer Martijn Aslander op een bijeenkomst met ICT-vertegenwoordigers van al onze 25 Veiligheidsregio’s. Ik hoop dat hij ze aan het denken kan zetten en van concrete oplossingen en mogelijkheden kan voorzien. En de volgende pilotbijeenkomst die ik bezoek, neem ik een concreet voorbeeld mee.’
Wat zou jouw wens bijvoorbeeld zijn?
‘Kijk, wat ik bijvoorbeeld fantastisch zou vinden is dat iemand 112 belt en dat de gesproken tekst van die persoon sneller in informatie wordt omgezet dan de centralist in de meldkamer kan meetypen. En dat de computer op basis van de gesproken tekst dan een uitruk-voorstel maakt, waarna de centralist alleen nog maar hoeft te beoordelen of dat inderdaad een goed voorstel is. Daarmee haal je veel werk bij de centralist weg, zodat die bijvoorbeeld meer tijd heeft om na te denken en de voertuigen te begeleiden die al onderweg zijn.’
← Terug naar Bevindingen